Patellofemoraal pijnsyndroom

Patellofemorale pijnklachten zijn klachten die waargenomen worden in en rond de knieschijf. Bij het buigen en strekken van de knie loopt de knieschijf door een groeve in het bovenbeen. De knieschijf werkt als een soort katrol, waarop met name bij het buigen van de knie grote krachten komen te staan.

  • Het komt op alle leeftijden voor, maar vooral in de puberteit.

  • De klachten komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

  • Veelvoorkomende klachten zijn pijn aan de voorzijde van de knie bij traplopen, hurken en langdurig met gebogen knieën zitten. Vanwege deze laatste uitlokkende factor spreekt men ook wel van de ‘theaterknie’.

Oorzaken

Het is niet helemaal duidelijk waarom iemand deze pijnklachten krijgt. De gedachte is dat het komt, doordat de knieschijf niet mooi door de groeve in het bovenbeen loopt. Dit kan het gevolg zijn van een afwijkende stand van de benen of voeten, of door zwakke of korte spieren rondom het kniegewricht. Vaak zijn er geen afwijkingen in de knieschijf te vinden en is het de irritatie van structuren rondom de knieschijf die leiden tot klachten. Dit kan het gevolg zijn van overbelasting. Bij veel patiënten wordt er geen oorzaak voor de klachten gevonden.

Operatie

Mocht er sprake zijn van een verkeerde positie van de aanhechting van de knieschijf pees, dan is er soms een optie om te opereren.

Tuberositas transpositie: de aanhechting van de kniepees op het onderbeen wordt verplaatst. Dit geeft bij +/- 70% van de patiënten wel verlichting van klachten. Dit is alleen een optie als er o.b.v. de CT/MRI sprake is van een anatomische afwijking!

Adviezen voor de fysiotherapeut vanuit de richtlijn van 2021

Ondanks de beperkingen van de klinische studies lijkt oefentherapie op korte termijn een klinisch relevante verbetering te geven van pijnklachten.

In de klinische praktijk vertonen patiënten met patellofemoraal pijnsyndroom een grote bandbreedte ten aanzien van tekenen en symptomen (klachtenduur, -intensiteit, mate van beperkingen in het dagelijkse leven, coördinatie en kracht van de quadriceps- en heupspieren).

Zo profiteert mogelijkerwijs een patiënt met een hoge klachtenintensiteit én zwakke heupspieren in eerste instantie meer van een pijnvrij en heup-georiënteerd oefenprogramma. Andersom kan een patiënt met een lage klachtenintensiteit en zwakte van de quadriceps profiteren van een quadriceps-georiënteerd oefenprogramma, waarbij “geen toename van pijn na de training of de volgende ochtend” als criterium gehanteerd wordt.

De werkgroep is daarom van mening dat keuzes rondom oefeningen, omvang, intensiteit en het wel of niet accepteren van pijn in samenspraak met de patiënt genomen moeten worden onder begeleiding van een fysiotherapeut.

Een groot deel van de oefeningen kan in eerste instantie worden uitgevoerd zonder begeleidende apparatuur. Bij een sport specifieke opbouw en terugkeer naar de sport zijn wel aanvullende oefenmaterialen nodig.


  • Adviseer de patiënt als basis voor de behandeling van patellofemoraal pijnsyndroom quadriceps- en/of heup-georiënteerde oefentherapie gedurende minimaal zes tot twaalf weken en bij voorkeur onder begeleiding van de fysiotherapeut.


  • Bouw het oefenprogramma gestructureerd op (in omvang en in intensiteit), zorg daarbij voor continue afstemming op de belastbaarheid van de patiënt. Besteed aandacht aan mondelinge en schriftelijke educatie voor de patiënt. Evalueer na zes en twaalf weken de progressie van het oefenprogramma (omvang en intensiteit), pijn (bijvoorbeeld VAS-W) en functie (bijvoorbeeld AKPS) op gestructureerde wijze.

De fysiotherapie is dus een zeer een belangrijk onderdeel van de behandeling.


Mochten de klachten ondanks een intensief fysiotherapeutisch traject zoals hier boven beschreven na 6 maanden niet verbeteren dan is het een optie om naar de pijnpoli te gaan.



Pijnpoli


De pijnpoli kan soms ook iets betekenen in het verminderen van de pijn. Het is een optie om specifiek de zenuw die zorgt voor de pijn voorop de knie uit te schakelen (nervus genicularis block). Dit gebeurd onder geleide van echo. Dit is te zien op het 2e plaatje.

Plaatje met de zenuwen rond de knie

Onder echo wordt de zenuw opgezocht en tijdelijk uitgeschakeld.

Op dit plaatje zie je hoe de n. genicularis tijdelijk wordt uitgeschakeld